Bent u werkgever of werkt u samen met zzp’ers, dan is het belangrijk rekening te houden met de wijzigingen die ingaan per 1 januari 2026. Wij hebben de tien belangrijkste aandachtspunten voor u overzichtelijk samengevat.
1. 12% pseudo-eindheffing voor personenauto met CO2-uitstoot
Per 1 januari 2026 verandert er nog niets, maar werkgevers doen er verstandig aan nu al vooruit te kijken naar de 12% pseudo-eindheffing in de loonbelasting die vanaf 2027 geldt. Vanaf dat moment is een werkgever deze heffing verschuldigd over de cataloguswaarde van een personenauto met CO₂-uitstoot die aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld.
De pseudo-eindheffing is niet van toepassing wanneer de auto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt; woon-werkkilometers worden daarbij wel als privé aangemerkt. Ook personenauto’s zonder CO₂-uitstoot en voertuigen die niet als personenauto kwalificeren, zoals bestelauto’s, vallen buiten deze regeling.
Let op! Voor auto’s die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. Voor deze voertuigen wordt de heffing pas toegepast vanaf 18 september 2030.
2. Lagere bijtelling auto zonder CO2-uitstoot
Voor nieuwe personenauto’s zonder CO₂-uitstoot bedraagt de bijtelling in 2026 18% over de eerste €30.000 van de cataloguswaarde en 22% over het meerdere. Wordt zo’n auto in 2027 ter beschikking gesteld, dan geldt een bijtelling van 20% tot €30.000 en 22% daarboven. Deze percentages gelden gedurende de eerste 60 maanden na de maand van eerste toelating.
Voor voertuigen op waterstof of zonne-energie gelden de percentages van 18% en 20% over de volledige cataloguswaarde.
Let op! Voor auto’s met CO₂-uitstoot blijft de bijtelling in 2026 22%. Voor auto’s van vóór 2017 geldt een bijtelling van 25%, tenzij sprake is van een auto zonder CO₂-uitstoot of een voertuig dat onder de youngtimerregeling valt. In dat geval geldt een bijtelling van 21% tot €30.000 en 25% daarboven. Voor youngtimers bedraagt de bijtelling 35% van de waarde in het economisch verkeer.
3. Verhoging leeftijdsgrens youngtimerregeling omhoog
In 2026 geldt de youngtimerregeling voor auto’s die zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. De bijtelling voor privégebruik bedraagt dan 35% van de waarde in het economisch verkeer. In 2025 lag deze grens nog op vijftien jaar.
Is een auto in 2026 jonger dan zestien jaar, maar vóór 1 januari 2017 in gebruik genomen, dan bedraagt de bijtelling 25% van de cataloguswaarde. Voor auto’s zonder CO₂-uitstoot kan tot €30.000 een bijtellingspercentage van 21% worden toegepast.
Tip! Voor auto’s die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking stonden en in dat jaar vijftien jaar oud zijn geworden, geldt overgangsrecht. Gedurende heel 2026 mag voor deze auto’s worden uitgegaan van een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer.
Let op! Vanaf 1 januari 2027 wordt de leeftijdsgrens verhoogd naar 25 jaar. Dan vervalt het overgangsrecht volledig.
4. Stijging wettelijk minimumuurloon
Het wettelijk minimumuurloon wordt twee keer per jaar geïndexeerd, per 1 januari en 1 juli. Met ingang van 1 januari 2026 bedraagt het bruto minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder €14,71 (per 1 juli 2025 was dit €14,40).
Voor werknemers van 15 tot en met 20 jaar gelden afgeleide minimumuurlonen. Daarnaast bestaat het voornemen om per 1 januari 2027 de bijbehorende percentages te verhogen, onder meer van 80% naar 87,5% voor 20-jarigen en van 60% naar 75% voor 19-jarigen.
5. Gedeeltelijke voortzetting zachte landing bij handhaving schijnzelfstandigheid
De zogenoemde zachte landing bij de handhaving van schijnzelfstandigheid wordt in 2026 deels voortgezet. Dit houdt in dat de Belastingdienst in beginsel start met een bedrijfsbezoek in plaats van direct een controle uit te voeren. Vervolgens krijgt de ondernemer doorgaans de gelegenheid om de bedrijfsvoering aan te passen.
Net als in 2025 kan de Belastingdienst ook in 2026 naheffingen opleggen bij (evidente) schijnzelfstandigheid. Nieuw is dat vanaf 2026 wel vergrijpboetes kunnen worden opgelegd bij opzet of grove schuld. De verlenging van de zachte landing geldt dus niet voor vergrijpboetes, maar nog wel voor verzuimboetes. Deze worden in 2026 nog niet opgelegd.
Let op! De verlenging geldt uitsluitend voor 2026. Vanaf 2027 zal de Belastingdienst niet langer starten met een bedrijfsbezoek en kunnen ook verzuimboetes worden opgelegd.
6. Verhoging normbedrag gebruikelijk loon
Het normbedrag voor het gebruikelijk loon stijgt in 2026 met €2.000 en komt uit op €58.000 per jaar. Bij het bepalen van het juiste gebruikelijk loon moet echter niet alleen dit normbedrag worden meegenomen, maar ook het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking en het loon van de best verdienende werknemer binnen uw bv of verbonden bv’s.
7. Vrije ruimte WKR gelijk, normbedragen stijgen
De vrije ruimte binnen de werkkostenregeling blijft in 2026 gelijk aan die van 2025: 2% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. Vanaf 1 januari 2027 wordt dit verhoogd naar 2,16% tot €400.000.
Wel stijgen diverse normbedragen. De onbelaste thuiswerkvergoeding bedraagt in 2026 €2,45 per dag. De normwaarde voor maaltijden op de bedrijfslocatie of tijdens personeelsfeesten stijgt naar €4,05 per maaltijd. Ook het normbedrag voor huisvesting bij inwoning gaat omhoog naar €7,00 per dag.
8. Hogere onbelaste vrijwilligersvergoeding
De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding wordt in 2026 verhoogd naar €2.200 per jaar en €220 per maand. De vergoeding moet binnen deze grenzen blijven en de werkzaamheden mogen niet beroepsmatig worden verricht voor aangewezen niet-commerciële organisaties.
De Belastingdienst gaat ervan uit dat geen sprake is van beroepsmatige werkzaamheden als de maximale uurvergoeding €5,75 bedraagt. Voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar geldt een maximum van €3,40 per uur.
9. Aanpassingen in loonkostenvoordelen banenafspraak
Vanaf 2026 wijzigt het loonkostenvoordeel banenafspraak ingrijpend. Een doelgroepverklaring is niet langer vereist; in plaats daarvan controleert u via het doelgroepregister van het UWV of de werknemer is opgenomen. Daarnaast vervalt de maximale looptijd van drie jaar. Het recht op het LKV blijft bestaan zolang de werknemer in dienst is en in het register staat vermeld.
Voor scholing belemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk vervalt het LKV per 2026, tenzij overgangsrecht van toepassing is op dienstverbanden die vóór 2026 zijn gestart.
Let op! Het LKV oudere werknemers is per 1 januari 2026 afgeschaft voor dienstbetrekkingen die zijn begonnen op of na 1 januari 2024. Voor oudere dienstverbanden blijft het recht bestaan tot het einde van de maximale looptijd van drie jaar.
10. Vanaf 2027 mogelijk geen WPM-rapportage voor bedrijven tot 250 werknemers
Werkgevers met 100 of meer werknemers moeten rapporteren over zakelijk verkeer en woon-werkverkeer. Deze verplichting staat bekend als de rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM). Het voornemen is om bedrijven met maximaal 250 werknemers vanaf 2027 uit te zonderen van deze verplichting. Hiervoor wordt momenteel wetgeving voorbereid.
Tot 1 januari 2027 overlegt de staatssecretaris met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over een terughoudende handhaving bij bedrijven tot 250 werknemers.
Bron: SRA – Publicatiedatum: 12-01-2026