Medewerker ontvangt een ziekmelding van de bedrijfsarts in dokterskantoor

Nieuws

Advieswijzer Aandachtspunten verzuim

Verzuim door ziekte: wat moet u als werkgever regelen?

Bij ziekteverzuim komt veel kijken. Als werkgever moet u weten aan welke regels u gebonden bent, wie welke taken uitvoert en welke financiële verplichtingen gelden. Ook de re-integratie van de werknemer vraagt om een duidelijke en tijdige aanpak.

Arbodienst en bedrijfsarts

De Arbowet verplicht werkgevers zich deskundig te laten ondersteunen bij verzuim- en arbobeleid. U kunt kiezen voor een gecertificeerde arbodienst via de vangnetregeling of, onder voorwaarden, voor een maatwerkregeling met eigen deskundigen.

Een arbodienst schakelt altijd een bedrijfsarts in. Die begeleidt ziekteverzuim, beoordeelt re-integratiemogelijkheden, kan een PAGO uitvoeren en geeft advies over preventie. Iedere arbodienstverlener moet bovendien een klachtenregeling hebben.

Ziekmelding en re-integratie

Tijdens ziekte gelden vaste stappen binnen de Wet verbetering poortwachter. De werknemer meldt zich ziek volgens het verzuimreglement, waarna de bedrijfsarts binnen uiterlijk zes weken een probleemanalyse maakt. In de achtste week stellen werkgever en werknemer samen een plan van aanpak op en evalueren dit minimaal elke zes weken.

Rond het eerste ziektejaar volgt een eerstejaarsevaluatie. Dan bekijkt u samen waar de re-integratie staat en of werkhervatting binnen het eigen bedrijf mogelijk blijft of dat een tweede spoor nodig is. Een tweede spoor moet in principe binnen zes weken na deze evaluatie starten, tenzij er geen benutbare mogelijkheden zijn of er snel een concreet perspectief is op terugkeer in eigen werk.

Second opinion en deskundigenoordeel

Is een werknemer het niet eens met het oordeel van de bedrijfsarts, dan moet u op kosten van de werkgever een second opinion bij een andere bedrijfsarts mogelijk maken. Dat is iets anders dan een deskundigenoordeel van UWV; dat kan zowel door werkgever als werknemer worden aangevraagd.

Een deskundigenoordeel van UWV kan gaan over bijvoorbeeld ziek of niet ziek, passende arbeid, re-integratie-inspanningen of ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Aan een aanvraag zijn kosten verbonden: € 100 voor de werknemer en € 400 voor de werkgever.

Loon, uitkeringen en no-riskpolis

Bij ziekte moet u minimaal 70% van het loon doorbetalen, met in het eerste ziektejaar ten minste het minimumloon. In veel cao’s of arbeidsovereenkomsten staan hogere percentages. De loondoorbetalingsverplichting duurt in beginsel maximaal 104 weken.

Soms kan een Ziektewetuitkering de loonkosten verlagen, bijvoorbeeld bij zwangerschap, orgaandonatie of voor werknemers die onder de no-riskpolis vallen. De no-riskpolis geldt voor verschillende doelgroepen, waaronder werknemers met een WIA, WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering en bepaalde werknemers uit de banenafspraak. Vanaf 1 januari 2026 is de doelgroep banenafspraak uitgebreid met twee aanvullende groepen.

Loonsanctie en eigenrisicodragerschap

Voldoet u volgens UWV onvoldoende aan uw re-integratieverplichtingen, dan kan een loonsanctie volgen. Dat betekent dat u het loon maximaal 52 weken extra moet doorbetalen.

Werkgevers kunnen ook eigenrisicodrager voor de Ziektewet worden. U bent dan zelf verantwoordelijk voor de uitvoering, administratie en betaling van bepaalde ZW-uitkeringen. De Belastingdienst beoordeelt de aanvraag en de ingangsdatum ligt op 1 januari of 1 juli, mits u tijdig aanvraagt.

Bron: SRA – Publicatiedatum: 11-03-2026