Fiscaal gunstig autorijden wordt steeds uitdagender omdat autobelastingen de afgelopen jaren zijn aangescherpt. Het is nog steeds mogelijk om voordeel te behalen, maar die voordelen gelden voor een steeds beperktere groep. Ook de nieuwe 12% pseudo-eindheffing die vanaf 2027 wordt ingevoerd, kan nu al invloed hebben op de keuze voor uw auto, zowel voor uzelf als voor uw medewerkers. Hieronder zetten wij de belangrijkste aandachtspunten overzichtelijk voor u op een rij.
Rijdt u in een milieuvriendelijke auto, dan kon u profiteren van diverse fiscale regelingen. In de afgelopen jaren zijn deze voordelen stapsgewijs afgebouwd. In 2026 zijn er nog steeds enkele mogelijkheden, al zijn de voordelen beperkter dan voorheen.
Bijtelling privégebruik auto
Voor de meeste nieuwe auto’s van de zaak die ook privé worden gebruikt, geldt sinds 2017 een standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm). Alleen voor auto’s zonder CO2-uitstoot bestaat nog een korting op de bijtelling. Deze korting geldt vanaf de maand van tenaamstelling en loopt door gedurende de daaropvolgende zestig volledige maanden. Na afloop van die periode wordt de bijtelling opnieuw vastgesteld op basis van de dan geldende tarieven.
Elektrische auto’s die in 2021 op kenteken zijn gezet, kennen in een deel van 2026 nog een bijtelling van 12%. In de loop van 2026 zal voor deze auto’s een herberekening plaatsvinden volgens de regels die in 2026 gelden (zie verderop).
2021
Voor elektrische auto’s met tenaamstelling in 2021 geldt een verlaagde bijtelling van 12% over maximaal €40.000 aan cataloguswaarde en 22% over het restant. Voor waterstofauto’s en zonnecelauto’s geldt in 2021 12% over de volledige cataloguswaarde.
2022
Voor elektrische auto’s die in 2022 op naam zijn gesteld, is de korting 16% tot een cataloguswaarde van €35.000 en 22% daarboven. Waterstof- en zonnecelauto’s vallen in 2022 onder 16% over de hele cataloguswaarde.
2023
Bij elektrische auto’s met tenaamstelling in 2023 geldt 16% tot €30.000 en 22% over het meerdere. Voor waterstof- en zonnecelauto’s blijft het percentage 16% over de volledige waarde.
2024
Elektrische auto’s die in 2024 op naam zijn gezet vallen eveneens onder 16% tot €30.000 en 22% over het restant. Voor waterstof- en zonnecelauto’s geldt ook in 2024 16% over de gehele cataloguswaarde.
2025
Voor elektrische auto’s met tenaamstelling in 2025 geldt een bijtelling van 17% tot €30.000 en 22% over het meerdere. Voor waterstof- en zonnecelauto’s bedraagt de bijtelling in 2025 17% over de totale cataloguswaarde.
2026
Voor nieuwe auto’s gelden in 2026 de volgende bijtellingspercentages en CO2-grenzen:
Soort auto
- Elektrisch: 18% tot €30.000, 22% over het meerdere, CO2-uitstoot 0
- Waterstof: 18%, CO2-uitstoot 0
- Zonnecel: 18%, CO2-uitstoot 0
- Overig: 22%, CO2-uitstoot hoger dan 0
Het aanscherpen van CO2-grenzen betekent niet dat u jaarlijks direct met andere bijtellingspercentages te maken krijgt. Het eenmaal vastgestelde percentage blijft namelijk zestig maanden van toepassing. Na die periode wordt opnieuw aangesloten bij de dan geldende wettelijke tarieven.
Let op! Auto’s met een datum eerste toelating tot en met 31 december 2016 krijgen na zestig maanden niet 22%, maar 25% bijtelling. Dit is alleen anders bij auto’s zonder CO2-uitstoot. Voor emissieloze auto’s geldt in 2026 een korting van 4% op de reguliere bijtelling, tot een cataloguswaarde van €30.000.
Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat voor een elektrische auto uit 2016 in 2025 een bijtelling geldt van 21% (25% minus 4%) tot €30.000 en 25% daarboven. Voor een elektrische auto die in 2017 voor het eerst is toegelaten, geldt in 2026 18% (22% minus 4%) tot €30.000 en 22% over het meerdere. Auto’s waarvan de zestig maanden voorbij zijn, bewegen dus jaarlijks mee met wijzigingen in de wetgeving.
Tip! Voor ondernemers in de inkomstenbelasting is de bijtelling gemaximeerd tot het bedrag dat in dat jaar aan autokosten ten laste van de winst is gebracht.
Vanaf 2028
Vanaf 2028 blijft slechts één bijtellingspercentage over: 22%. Daarmee verdwijnt het bijtellingsvoordeel voor auto’s zonder CO2-uitstoot. In 2027 wordt de korting al teruggebracht van 4% naar 2% tot €30.000 en blijft het tarief boven die grens 22%. Voor een elektrische auto die in 2027 op kenteken wordt gezet, betekent dit 20% tot €30.000 en 22% over het meerdere.
Minder dan 500 kilometer privé?
De bijtelling kan achterwege blijven wanneer u aannemelijk kunt maken dat u op jaarbasis maximaal 500 kilometer privé rijdt. Kilometers voor woon-werkverkeer worden hierbij als zakelijk aangemerkt, ook wanneer u tussentijds naar huis gaat om te lunchen.
Youngtimerregeling: leeftijdsgrens omhoog, overgangsregeling in 2026
Voor auto’s die zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen geldt in 2026 de youngtimerregeling. De bijtelling voor privégebruik bedraagt dan 35% van de waarde in het economisch verkeer. In 2025 was de leeftijdsgrens nog vijftien jaar.
Is een auto in 2026 nog geen zestien jaar oud, maar wel vóór 1 januari 2017 voor het eerst in gebruik genomen, dan geldt in 2026 een bijtelling van 25% van de cataloguswaarde. Bij een auto zonder CO2-uitstoot kan tot €30.000 een percentage van 21% worden toegepast.
Tip! Voor een auto die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking stond en in 2025 vijftien jaar of ouder is geworden, geldt overgangsrecht. Voor deze auto mag in heel 2026 worden uitgegaan van 35% bijtelling over de waarde in het economisch verkeer.
Let op! Per 1 januari 2027 verschuift de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling naar 25 jaar. Overgangsrecht is dan niet meer van toepassing.
Milieu-investeringsaftrek (MIA)
In 2026 bestaat voor bestelauto’s recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Voor waterstofpersonenauto’s en waterstofbestelauto’s bedraagt de MIA 45% over maximaal 90% van het investeringsbedrag. Daarbij geldt een maximum van €75.000 voor personenauto’s en €125.000 voor bestelauto’s.
Let op! Wie gebruikmaakt van de MIA kan niet tegelijkertijd gebruikmaken van de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM). Dit werkt ook andersom. Voor zonnecelpersonenauto’s bedraagt de MIA 36% over maximaal 90% van de investering, met een maximum van €100.000.
Overzicht:
- Waterstofpersonenauto: 45%, maximaal €75.000
- Zonnecelpersonenauto: 36%, maximaal €100.000
- Waterstofbestelauto: 45%, maximaal €125.000
Melding bij RVO
Voor de MIA is een tijdige melding bij de RVO vereist. U moet de investering binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting melden. Het moment van facturering of ingebruikname is hierbij niet bepalend. Wel kan ingebruikname en/of betaling invloed hebben op het jaar waarin u de aftrek verwerkt in uw aangifte inkomsten- of vennootschapsbelasting.
Motorrijtuigenbelasting
De motorrijtuigenbelasting (mrb) hangt af van meerdere factoren, waaronder de CO2-uitstoot. Voor personenauto’s met een uitstoot van 0 gr/km geldt in 2026 een korting van 30% op het reguliere tarief. Voor plug in hybrides is in 2026 geen korting meer van toepassing. Ook emissieloze bestelauto’s krijgen in 2026 geen mrb korting meer.
Ondernemers betalen voor een bestelauto een lager mrb tarief, mits de bestelauto voor meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt. U moet dit bij controle aannemelijk kunnen maken, zonder dat een kilometeradministratie verplicht is.
Bpm
Bij registratie van uw auto wordt bpm geheven. Voor personenauto’s wordt de bpm bepaald op basis van de CO2-uitstoot. Sinds 2025 is er geen bpm-vrijstelling meer voor auto’s met 0 gr/km uitstoot. Voor emissieloze bestelauto’s geldt die vrijstelling nog wel. Voor personenauto’s zonder vrijstelling geldt: hoe hoger de uitstoot, hoe hoger de bpm.
Let op! De bpm-vrijstelling voor ondernemers is per 2025 vervallen. Voor bestelauto’s die vóór 2025 zijn aangeschaft kan de vrijstelling nog doorlopen, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Een belangrijke eis is dat de bestelauto voor meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt.
Vanaf 2027: 12% pseudo-eindheffing voor personenauto van de zaak met CO2-uitstoot
Per 2027 wordt in de loonbelasting een pseudo-eindheffing ingevoerd van 12%. Deze heffing is verschuldigd door de werkgever wanneer hij vanaf 2027:
- Een personenauto van de zaak ter beschikking stelt;
- Die ook privé gebruikt mag worden;
- Waarvan de CO2-uitstoot hoger is dan nul.
Let op! Deze 12% heffing komt voor rekening van de werkgever en mag niet op de werknemer worden verhaald. Daarnaast blijft de reguliere bijtelling voor de werknemer in 2027 gewoon bestaan.
Uitzonderingen
De werkgever betaalt de pseudo-eindheffing niet als:
- De auto een CO2-uitstoot van nul heeft (zoals volledig elektrische of waterstofauto’s), of
- De auto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt (waardoor ook geen bijtelling van toepassing is).
Let op! Bij incidenteel privégebruik door overmacht of bijzondere omstandigheden geldt een uitzondering, mits de werkgever dit aannemelijk kan maken.
Woon-werkverkeer wordt als privé gezien
Bij de uitzondering “geen privégebruik” zit een belangrijk verschil met de bijtellingsregels. Voor de bijtelling telt woon-werkverkeer als zakelijk, maar voor de pseudo-eindheffing wordt woon-werkverkeer als privé aangemerkt.
Let op! Dit kan ertoe leiden dat een werkgever vanaf 2027 toch pseudo-eindheffing moet betalen, ook als de werknemer geen bijtelling heeft vanwege maximaal 500 privékilometers. Zodra de werknemer de auto gebruikt voor woon-werkverkeer, kan de 12% heffing alsnog gelden.
Begrip personenauto
De pseudo-eindheffing geldt uitsluitend voor personenauto’s, oftewel voertuigen met voertuigclassificatie M1 in het kentekenregister, of auto’s die op basis van Europese regels als zodanig kwalificeren.
Let op! Een M1 voertuig is een motorvoertuig met vier of meer wielen, bedoeld voor personenvervoer met maximaal negen zitplaatsen inclusief bestuurder. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook kampeerauto’s, zorgbusjes (tot negen zitplaatsen) en lijkwagens. Bestelauto’s, vrachtwagens en tractoren vallen niet onder deze classificatie en dus niet onder de heffing.
Overgangsregeling tot 17 september 2030
Personenauto’s die vóór 1 januari 2027 al ter beschikking zijn gesteld, vallen niet direct onder de pseudo-eindheffing. Voor deze auto’s geldt overgangsrecht tot 17 september 2030. Pas vanaf die datum kan de werkgever met de heffing te maken krijgen.
Let op! Het overgangsrecht is gekoppeld aan het voertuig. Ook wanneer de auto na 1 januari 2027 aan een andere werknemer ter beschikking wordt gesteld, blijft de overgangsregeling gelden.
Heffing over 12% van de (catalogus)waarde
De 12% pseudo-eindheffing wordt berekend over de cataloguswaarde inclusief btw en bpm. Anders dan bij de bijtelling wordt geen rekening gehouden met een eigen bijdrage van de werknemer. Is de auto ouder dan 25 jaar, dan wordt uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer.
Betaling via loonaangifte
De pseudo-eindheffing wordt per kalendermaand berekend. De werkgever kan er echter voor kiezen om de heffing uiterlijk in de tweede loonaangifte van het volgende kalenderjaar af te dragen.
Let op! Over 2027 moet de pseudo-eindheffing dus uiterlijk worden voldaan in het tweede loonaangiftetijdvak van 2028.
Het beperken van de heffing door de auto niet alle dagen voor privé ter beschikking te stellen biedt geen oplossing. Als de auto gedurende een deel van de maand voor privé beschikbaar is, wordt deze geacht de hele maand voor privé ter beschikking te zijn gesteld. De heffing geldt dan voor de volledige maand.
Ook voor de dga, niet voor de IB-ondernemer
Omdat de pseudo-eindheffing een werkgeversheffing is, kan een bv die een auto van de zaak verstrekt aan een dga eveneens met deze heffing te maken krijgen.
Voor een ondernemer met een eenmanszaak of vof geldt de heffing niet voor de ondernemer zelf, maar mogelijk wel wanneer personeel een auto van de zaak ter beschikking krijgt.
Anticiperen
Hoewel de maatregel pas in 2027 ingaat en er overgangsrecht bestaat, is het verstandig om tijdig vooruit te kijken. Dit geldt met name wanneer u een leasecontract overweegt met een looptijd van vijf jaar. De overgangsregeling eindigt immers op 17 september 2030, en dat moment ligt al binnen een relatief korte horizon.
Disclaimer
Hoewel deze advieswijzer met grote zorgvuldigheid is samengesteld, kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor eventuele onvolledigheden of onjuistheden. Door het algemene karakter is dit document niet bedoeld als volledige basis voor financiële besluitvorming.
Bron: SRA – Publicatiedatum: 29-01-2026