De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap bepaalt in hoofdlijnen dat een dga die bovenmatig leent van zijn eigen bv, daarover belasting verschuldigd is. Er geldt een drempel van €500.000. Bij de beoordeling kan meer meetellen dan alleen een directe lening aan de dga en er bestaan uitzonderingen. Voor 2026 is het toets moment op 31 december 2026. U heeft dus tot die datum om na te gaan wat de gevolgen in uw situatie zijn en of maatregelen wenselijk zijn.
Let op! Deze advieswijzer richt zich primair op het lenen van een bv. Een aanmerkelijk belang kan echter ook worden gehouden in andere rechtsvormen, zoals een open fonds voor gemene rekening, een coöperatie of een andere Nederlandse of buitenlandse vennootschap met in aandelen verdeeld kapitaal. Ook in die gevallen kan de wet van toepassing zijn. Deze situaties worden hier verder niet uitgewerkt.
Voor wie geldt de wet?
De Wet excessief lenen kan van toepassing zijn op iedereen:
- die een aanmerkelijk belang heeft in één of meer bv’s,
- én die zelf, via de fiscale partner of verbonden personen (en hun partners), schulden heeft aan die bv(’s).
Van een aanmerkelijk belang is in hoofdlijnen sprake wanneer iemand:
- Ten minste 5% van de aandelen bezit;
- Het recht heeft om minimaal 5% van de aandelen te verwerven;
- Winstbewijzen houdt die recht geven op ten minste 5% van de jaarwinst of van de liquidatie-uitkering.
Een directeur-grootaandeelhouder heeft doorgaans een aanmerkelijk belang en kan daardoor met deze wet te maken krijgen.
Tip! De regels rondom het aanmerkelijk belang kunnen complex zijn. U kunt bijvoorbeeld ook indirect een aanmerkelijk belang hebben via een andere bv. Het is mogelijk dat u in meerdere vennootschappen een aanmerkelijk belang bezit. Laat daarom beoordelen of en waar in uw situatie sprake is van een aanmerkelijk belang en wat dit betekent voor de toepassing van de wet.
Schulden boven €500.000 van dga en partner
Heeft u op 31 december 2026 meer dan €500.000 aan schulden bij uw bv, dan kunt u in 2026 belasting verschuldigd zijn. Voor de toetsing worden niet alleen uw eigen schulden meegenomen, maar ook die van uw fiscale partner. Deze worden bij elkaar opgeteld.
Beschikt u daarnaast over een vordering op uw bv, dan mag deze niet worden gesaldeerd met uw schuld. Alleen de schulden zijn relevant voor de beoordeling van de drempel.
Let op! Heeft u (of uw partner) een aanmerkelijk belang in meerdere bv’s, dan moeten alle schulden aan deze bv’s gezamenlijk worden bekeken. U kunt dus niet per bv €500.000 lenen; het totaal van alle schulden samen mag niet boven de drempel uitkomen.
Heeft u in 2023, 2024 of 2025 al belasting betaald vanwege een overschrijding van de drempel, dan wordt de grens van €500.000 verhoogd met het bedrag waarover u eerder heeft afgerekend. Zo voorkomt de wet dubbele belastingheffing.
Voorbeeld
U heeft een aanmerkelijk belang in bv X en bv Y. Op 31 december 2026 bedraagt uw schuld aan bv X €350.000 en aan bv Y €500.000. Het totaal komt daarmee op €850.000. Zonder maatregelen moet u belasting betalen over €350.000 (€850.000 minus €500.000).
Was uw schuld op 31 december 2025 eveneens €850.000 en heeft u toen al over €350.000 belasting betaald, dan wordt uw drempel in 2026 verhoogd naar €850.000. U betaalt dan niet opnieuw belasting over hetzelfde bedrag.
Ook indirecte schulden en borgstellingen
Bij het bepalen van uw schuldenpositie moeten alle civielrechtelijke verplichtingen worden meegenomen. Ook indirecte schulden kunnen meetellen.
Let op! Krijgt u alleen externe financiering doordat uw bv borg staat, dan wordt deze lening eveneens meegeteld bij de beoordeling van de €500.000-grens. Kunt u ook zonder borg financiering krijgen, maar levert borgstelling betere voorwaarden op, dan telt de lening niet mee.
Tip! Laat beoordelen of er in uw situatie sprake is van civielrechtelijke verplichtingen of borgstellingen die invloed hebben op de toepassing van de wet.
Schulden van verbonden personen
Schulden van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn (zoals kinderen, kleinkinderen, ouders of grootouders) aan uw bv tellen bij u mee voor zover deze schulden boven €500.000 uitkomen.
Voorbeeld
Heeft uw kind €400.000 geleend van uw bv, dan heeft dit geen gevolgen. Bedraagt de schuld €600.000, dan telt €100.000 mee bij uw eigen toetsing.
Heeft u zelf €450.000 geleend, dan wordt uw totaal €550.000. U betaalt dan belasting over €50.000.
Tip! Heeft uw kind zelf een aanmerkelijk belang in de bv, dan moet hij of zij zelfstandig beoordelen of de wet van toepassing is. In dat geval telt diens schuld niet bij u mee.
Uitzondering voor eigenwoningschulden
Eigenwoningschulden aan de bv zijn uitgezonderd, mits:
- de lening voldoet aan de fiscale voorwaarden voor renteaftrek in box 1,
- én een recht van hypotheek is verstrekt aan de bv.
Let op! Ontbreekt een hypotheekrecht, dan telt de lening alsnog mee. Ook wanneer het hypotheekrecht lager is ingeschreven dan het leenbedrag, telt het meerdere mee.
Bestond de eigenwoningschuld al op 31 december 2022, dan geldt de eis van hypotheekverstrekking niet. De lening moet dan uitsluitend voldoen aan de voorwaarden voor renteaftrek.
Voorbeeld
U heeft op 31 december 2026 een eigenwoningschuld van €500.000 en daarnaast €500.000 voor andere doeleinden geleend. Is geen hypotheek gevestigd en is de lening ná 31 december 2022 aangegaan, dan telt de eigenwoningschuld mee en moet u belasting betalen over €500.000. Bestond de schuld al op 31 december 2022, dan telt deze niet mee.
De uitzondering geldt eveneens voor eigenwoningschulden van bloed- en aanverwanten, mits aan de voorwaarden is voldaan.
Peildatum 31 december 2026
De beoordeling vindt plaats op 31 december 2026. Is uw schuld op dat moment hoger dan €500.000 en was dat in 2025 nog niet het geval, dan kunt u tot die datum nog maatregelen treffen.
Tip! Vorderingen op uw bv mogen niet worden gesaldeerd met schulden. Mogelijk is het daarom zinvol om vóór 31 december 2026 formeel te verrekenen. Laat u hierover adviseren.
Belastingtarief
Het bedrag boven de drempel wordt belast in box 2. In 2026 gelden twee tarieven:
- 24,5% over de eerste €68.843 (voor fiscale partners het dubbele);
- 31% over het meerdere.
Gevolgen bij latere aflossing
Heeft u in eerdere jaren belasting betaald wegens excessief lenen, dan wordt de drempel verhoogd met het bedrag waarover u heeft afgerekend. Hetzelfde geldt als u in 2026 belasting betaalt.
Lost u daarna af, dan ontstaat een negatief box 2-inkomen. Dit kan worden verrekend met positief box 2-inkomen in dat jaar of met het voorafgaande jaar, dan wel met de zes daaropvolgende jaren.
Voorbeeld
U had op 31 december 2025 een schuld van €850.000 en betaalde belasting over €350.000. Lost u in 2026 €350.000 af, dan ontstaat een verlies in box 2 dat kan worden verrekend met het eerdere box 2-inkomen. De in 2025 betaalde belasting wordt dan teruggegeven.
Tip! De gevolgen van aflossing kunnen per situatie verschillen. Laat dit vooraf doorrekenen.
Schulden onder €500.000
Ook bij een schuld onder de €500.000 kan risico bestaan op belastingheffing als de Belastingdienst de lening aanmerkt als verkapte dividenduitkering. Zorg daarom dat leningen schriftelijk worden vastgelegd onder zakelijke voorwaarden.
Alleen fiscale werking
De wet heeft uitsluitend fiscale gevolgen. De civielrechtelijke schuld blijft bestaan. U kunt deze schuld ook blijven vermelden in uw aangifte inkomstenbelasting.
Tot slot
De Wet excessief lenen kan ook in 2026 leiden tot een onverwachte belastingheffing per 31 december 2026. Heeft u, uw partner of verbonden personen schulden aan uw bv? Laat dan tijdig beoordelen wat de gevolgen zijn en welke acties mogelijk zijn.
Disclaimer
Hoewel deze advieswijzer met grote zorgvuldigheid is samengesteld, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor eventuele onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het algemene karakter is deze niet bedoeld als volledige basis voor financiële besluitvorming.
Bron: SRA – Publicatiedatum: 20-02-2026