Klok met op de achtergrond artikelen gerelateerd aan afstuderen.

Nieuws

Advieswijzer Scholing en Personeel

Als u personeel in dienst heeft dat een opleiding volgt, komt u mogelijk in aanmerking voor de subsidieregeling Praktijkleren. Daarnaast is er onder bepaalde voorwaarden een financiële bijdrage mogelijk vanuit een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor uw branche. Verder zijn er diverse subsidies beschikbaar, zoals de SLIM-subsidie en regionale subsidies. In deze advieswijzer leggen we de verschillende regelingen uit.

Subsidieregeling Praktijkleren

Het doel van de subsidieregeling Praktijkleren is om werkgevers te stimuleren praktijkleerplaatsen aan te bieden. Voor de kosten die u als werkgever maakt voor de begeleiding van een leerling of student ontvangt u een tegemoetkoming. Daarnaast is het mogelijk om een tegemoetkoming te krijgen voor de loon- en begeleidingskosten voor een promovendus of een technologisch ontwerper in opleiding (toio).

De subsidieregeling richt zich voornamelijk op:

  • kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt die moeite hebben met toegang tot de arbeidsmarkt;
  • studenten die een opleiding volgen in sectoren waar een tekort ontstaat aan gekwalificeerd personeel;
  • wetenschappelijk personeel dat onmisbaar is voor de Nederlandse kenniseconomie.

Let op! Vooralsnog loopt de Subsidieregeling Praktijkleren door tot en met het studiejaar 2027-2028. Het is dus nog mogelijk om gebruik te maken van de subsidie tot en met het studiejaar 2027-2028.

Voor welke leerlingen kunt u subsidie aanvragen?

Niet voor elke leerling die bij u werkt komt u voor subsidie in aanmerking. Voor onderstaande doelgroepen geldt de regeling:

  • Leerlingen die een leer-werktraject of entreeopleiding volgen in het vmbo, voor het behalen van een startkwalificatie op het niveau van een basisberoepsopleiding. Het derde en vierde leerjaar van deze opleiding komt in aanmerking voor de subsidie, mits er ook binnenschools onderwijs is.
  • Deelnemers van een bbl-opleiding (beroepsbegeleidende leerweg) in het mbo.
  • Studenten aan een duale of deeltijd hbo-opleiding Techniek, Gezondheidszorg, Gedrag en Maatschappij of Landbouw en Natuurlijke omgeving, welke gericht is op een volledig diploma. Het gaat hierbij om opleidingen met een praktijkdeel als verplicht onderdeel. Er is geen spraken van subsidie bij andere hbo-opleidingen.
  • Promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding (toio’s) die zijn aangesteld of een arbeidsovereenkomst hebben bij een universiteit of een instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) of de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De subsidie geldt ook als zij in dienst zijn bij een werkgever maar begeleid worden door de universiteit, NWO of KNAW.
  • Leerlingen die in het laatste jaar van het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) zitten, volgen onderwijs in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel of in een leer-werktraject binnen het uitstroomprofiel ‘vervolgonderwijs’.
  • Leerlingen in het laatste jaar van het Praktijkonderwijs (PRO) met een praktijkleerplaats bij de werkgever.

 

Tip! Voor mbo-studenten die een opleiding volgen die bijdraagt aan de klimaat- en energietransitie, is er voor het studiejaar 2025/2026 extra subsidie beschikbaar van maximaal € 500 per praktijkleerplaats. In bijlage 4 van de subsidieregeling praktijkleren zijn opleidingen die in aanmerking komen voor deze subsidie opgenomen. De aanvragen voor deze subsidie worden opgenomen in het standaard aanvraagproces van de subsidieregeling praktijkleren.

Let op! U komt niet in aanmerking voor deze subsidie voor studenten aan de beroepsopleidende leerweg (bol) aan EVC-trajecten en specifieke maatwerktrajecten (geen mbo bbl-opleidingen). Dit geldt ook voor afstudeerstages.

Tip! Als buitenlandse opleidingen vergelijkbaar zijn met een Nederlandse opleiding voor mbo (bbl) of hbo (duaal/deeltijd in de sectoren Techniek, Gezondheidszorg, Gedrag en Maatschappij of Landbouw en Natuurlijke omgeving) komen deze ook in aanmerking. Een verklaring dat de buitenlandse opleiding vergelijkbaar is, is dan wel een vereiste. Deze verklaring kunt u aanvragen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Wat is een praktijkleerplaats?

Met uitzondering van promovendi en toio’s, wordt de subsidie toegekend per gerealiseerde praktijkleerplaats.

  • Onder een praktijkleerplaats voor het vmbo, mbo-bbl, entreeopleiding vmbo, VSO en PRO wordt verstaan: het aantal weken waarin in de periode 1 augustus tot en met 31 juli daadwerkelijk onderwijs plaatsvindt in de praktijk van het beroep. Er dient minimaal 40 weken onderricht in de praktijk in het studiejaar te hebben plaatsgevonden om voor de maximale subsidie in aanmerking te komen.
  • Voor het hbo verstaan we onder een gerealiseerde praktijkleerplaats: het aantal weken waarin in de periode 1 september tot en met 31 augustus daadwerkelijk onderricht in de praktijk van het beroep plaatsvindt. Om in aanmerking te komen voor de maximale subsidie in het HBO, is het noodzakelijk dat er in het studiejaar minimaal 42 weken praktijkbegeleiding heeft plaatsgevonden.

Let op! Iedere week waarin begeleiding is gegeven, telt hierin mee. Daarbij maakt het niet uit op hoeveel dagen in die week begeleiding is gegeven. Een week zonder begeleiding, bijvoorbeeld door ziekte of vakantie, wordt niet meegerekend als een gerealiseerde praktijkleerplaats. Dat wordt het subsidiebedrag naar rato verlaagd.

Let op! Ook als u minder dan 40 of 42 weken begeleiding heeft gegeven, kunt u subsidie aanvragen. Dan bedraagt het bedrag aan subsidie echter niet maximaal € 2.700. Het bedrag wordt pro rata verminderd. De maximale subsidie bedraagt bij hbo bij 21 weken begeleiding € 1.350 (50% van € 2.700).

Het subsidiebedrag voor een promovendus is afhankelijk van het aantal maanden (tot maximaal 12) vermenigvuldigd met de arbeidsduur per week (tot maximaal 36) waarvoor de werkgever de loonkosten vergoedt. Wanneer een promovendus bijvoorbeeld 6 maanden onderzoek verricht gedurende 18 uur per week, dan bedraagt de maximale subsidie € 675 (6/12 * 18/36 * € 2.700). Voor de toio is de subsidiehoogte afhankelijk van het aantal maanden (per studiejaar) waarin aan de ontwerpopdracht is gewerkt, vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren per week, met een maximum van 36 uur per week.

Voorwaarden voor subsidie

U moet een erkend leerbedrijf zijn voor vmbo’ers/ mbo’ers, bepaalde leerlingen uit het VSO/PRO en leerlingen uit de entreeopleiding vmbo om in aanmerking te komen voor de subsidie. Gaat het om hbo’ers, promovendi en toio’s? Dan moet u door een onderwijsinstelling zijn aangemerkt als een onderneming die een goede begeleiding geeft. Verder is het vereist te voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Er is een geldige, gedateerde en ondertekende overeenkomst. Bij vmbo of een promovendus of toio die in dienst is bij een werkgever, betreft het een leer- werkovereenkomt. Voor VSO en PRO geldt een stageovereenkomst, terwijl bij mbo-bbl en hbo een praktijkleerovereenkomst geldt. Voor elk van deze overeenkomsten gelden eigen nadere voorwaarden.
  • De beroepsopleiding van de leerling behoort tot de doelgroepen waarvoor de subsidie geldt.
  • In uw administratie heeft u de mogelijkheid om te laten zien dat u de voorwaarden en de afspraken uit de overeenkomst naleeft en de student begeleidt.

Voor het vmbo en mbo, de entreeopleiding vmbo en PRO/VSO gelden aanvullend de volgende voorwaarden:

Derde en vierde leerjaar vmbo

Het buitenschools praktijkgedeelte bestaat uit minimaal 640 en maximaal 1280 klokuren per studiejaar. Dit loopt van 3 augustus tot en met 31 juli.

Mbo-bbl

Er geldt een minimum van 200 begeleide onderwijsuren per studiejaar door de onderwijsinstelling. Het praktijkgedeelte bedraagt minimaal 610 klokuren per studiejaar, van 3 augustus tot en met 31 juli. Daarnaast is de opleiding gericht op een volledig diploma en moet het opgenomen zijn in het Centraal register beroepsopleidingen (Crebo).

Entreeopleiding vmbo

Vereist is dat het praktijkgedeelte per studiejaar minimaal 610 klokuren bedraagt.

PRO/VSO

Per schooljaar bedraagt het praktijkgedeelte een minimum van 640 klokuren en een maximum van 1.280 klokuren. Er moet minimaal één dag per week spraken zijn van binnenschools onderwijs en de student loopt maximaal vier stagedagen per week. Verder is de duur van de stage maximaal 50% van het aantal uren dat er onderwijs wordt genoten.

Hbo

De opleiding is gericht op een volledig diploma. Daarnaast is het opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO). Ook is het praktijkdeel een verplichting binnen de opleiding.

Let op! Alle leerlingen en studenten dienen zich te registreren voor de opleiding in het Register Onderwijs Deelnemers (ROD) van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Bovendien wordt de subsidie enkel verstrekt over de periode van de nominale duur van de opleiding.

Verplichtingen in administratie

Leg de volgende gegevens vast in uw administratie om in aanmerking te komen voor de subsidie:

  • een overeenkomst die getekend en gedateerd is;
  • een aanwezigheidsregistratie van de deelnemer bij de beroepspraktijkvorming. Het is onder andere mogelijk gebruik te maken van uw digitale tijdschrijfsysteem, een presentielijst of een geldig arbeidscontract in combinatie met een verzuimregistratie;
  • een administratie waaruit de begeleiding van de deelnemer blijkt en de wijze waarop de kwalificaties van de beroepsvorming zijn behaald. Denk hierbij aan een werkboek van de leerling en gespreks-, beoordelings- en evaluatieverslagen. Daarnaast heeft u een kopie van het diploma nodig.

Hoogte van de subsidie

De subsidie is afhankelijk van het aantal subsidieaanvragen en het beschikbare budget. Daarom is de hoogte van de subsidie voor het studiejaar 2024/2025 nog niet zeker. De jaarlijkse toewijzing van de beschikbare subsidie gebeurt na het einde van het studiejaar. Dit geldt voor alle werkgevers die op tijd een aanvraag hebben ingediend en voldoen aan de subsidievoorwaarden. Als de leerling of student het gehele jaar bij u gewerkt heeft, is het subsidiebedrag gemaximeerd op € 2.700 per praktijkleerplaats.

Aanvraag van de subsidie

De regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). De subsidie geldt per studiejaar. Na afloop van de begeleiding, vraagt u de subsidie aan. Vanaf 2 juni 2025 09:00 tot en met uiterlijk 17 september 2025 17.00 uur kunt u de subsidie aanvragen voor het studiejaar 2024/2025. Aanvragen die na deze periode door RVO.nl worden ontvangen, komen niet in aanmerking voor subsidie.

Let op! Vanaf 2025 moet u de subsidie aanvragen via het nieuwe aanvraagportaal van het RVO. Verzorgt u de aanvraag niet zelf, zorg dan dat degene die dat voor u doet op tijd over de daarvoor benodigde ketenmachtiging beschikt.

Tip! Om de aanvraag te kunnen doen, heeft u eHerkenning (minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten) nodig. Vraag deze indien nodig op tijd aan om te voorkomen dat u te laat beschikt over eHerkenning.

Let op! RVO.nl kan nog tot vijf jaar na het studiejaar waarvoor subsidie is verstrekt controles uitvoeren. Het is uw verantwoordelijkheid om alle relevante documenten te bewaren tot vijf jaar na de afloop van het studiejaar waarvoor subsidie is verstrekt.

Subsidieregeling praktijkleren derde leerweg

Ook in 2025 is het mogelijk om subsidie aan te vragen voor de regeling praktijkleren in de derde leerweg. Doe dit van maandag 3 november 2025 9.00 uur tot en met vrijdag 28 november 2025 om 17.00 uur. Enkel voor praktijkplaatsen voor mbo-studenten in de derde leerweg (overig onderwijs (ovo) of overige opleidingen deeltijd (odt)) die werkzoekenden zijn of betaalde arbeid verrichten, is de subsidieregeling beschikbaar. Voorafgaand aan de aanvraagperiode moet de student zijn ingeschreven voor de opleiding in het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) van Dienst Uitvoering Onderwijs.

Let op! U komt niet in aanmerking voor deze subsidie voor mbo-studenten in de beroepsopleidende leerweg (bol) en beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Ook is de subsidie niet beschikbaar als het gaat om werkenden als de opleiding gestart is voor 1 augustus 2023.

Binnen een jaar na afloop van de praktijkleerplaats kunt u de subsidie aanvragen. Als erkend leerbedrijf kunt u de subsidie voor maximaal 40 weken krijgen. Indien u voor deze periode een praktijkplaats realiseert, bedraagt de subsidie maximaal € 2.700. Zijn er meer aanvragen dan mogelijk binnen het budget, dan wordt dit verdeeld over de aanvragers en kan het zijn dat de subsidie minder dan € 2.700 bedraagt. De regeling loopt in ieder geval nog in 2024 en 2025.

Let op! Subsidie voor praktijkleren in de derde leerweg kan niet worden verkregen als er voor dezelfde praktijkplaats ook subsidie wordt verleend op basis van titel 3.20 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (omscholing naar kansrijke beroepen in ICT en techniek). Het is wel mogelijk om te combineren met andere regelingen.

Subsidie voor groepshulpen kinderopvang

Inn 2025 kunnen kinderopvangorganisaties van 3 november 2025 09.00 uur tot en met 28 november 2025 17.00 subsidie aanvragen voor een praktijk(leer)plaats van groepshulpen. De subsidie is aan te vragen bij RVO.nl en biedt een tegemoetkoming in de loonkosten van groepshulpen. Het doel is dat door de subsidie meer groepshulpen worden aangenomen en dat zij kunnen doorgroeien in de kinderopvang.

De subsidie kan oplopen tot € 10.056 per jaar per groepshulp en is afhankelijk van het aantal uren dat de groepshulp per week werkt. Een organisatie kan voor maximaal twee groepshulpen subsidie aanvragen.

Er is spraken van een aantal voorwaarden binnen deze subsidieregeling. Een groepshulp dient een arbeidsovereenkomst van minimaal 12 maanden te hebben, met een startdatum van 1 augustus 2023 of later. Ook is het verplicht dat de groepshulp deelneemt aan de opleiding mbo-bbl of mbo-derde leerweg (OVO/ODT) op niveau 1 en 2. Deze opleiding moet gericht zijn op het behalen van een praktijkverklaring, mbo-certificaat of diploma. Deze scholing moet tussen 1 augustus 2023 en 31 oktober 2026 zijn gestart. Daarnaast is het noodzakelijk dat de kinderopvangorganisatie voor de groepshulp ook subsidie heeft ontvangen via de Subsidieregeling Praktijkleren of Praktijkleren in de derde leerweg.

Tip! Ook in 2026 is de subsidie beschikbaar.

Financiële bijdrage van Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen

Het is een mogelijkheid dat Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen financieel bijdragen aan de scholing van werknemers in hun branche. Meestal worden fondsen meestal in het leven geroepen door de werkgevers- en werknemersorganisaties in een bepaalde branche en worden gevuld met bijdragen van aangesloten bedrijven. Afspraken hierover worden onder andere gemaakt in cao’s. Alle O&O-fondsen beschikken over loopbaanadviseurs die ondersteuning bieden bij scholings- en opleidingstrajecten voor uw medewerkers. Sommige O&O-fondsen ontwikkelen scholingsprojecten voor de branche en bieden zelf cursussen aan. Neem contact op met uw brancheorganisatie als u een financiële bijdrage van het O&O-fonds wilt ontvangen. De exacte mogelijkheden en voorwaarden verschillen namelijk per sector.

Tip! Hier bekijkt u een overzicht van alle O&O-fondsen die erkend zijn.

SLIM-subsidie

Voor alle werknemers in het mbk is sinds maart 2020 een subsidie voor werkgevers voor verdere ontwikkeling.

Slim-subsidie is een mogelijkheid voor:

  1. de evaluatie van de onderneming die resulteert in een opleidings- of ontwikkelingsplan, gericht op het verduidelijken van de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de onderneming;
  2. het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen voor werknemers binnen de onderneming, of in het geval van een samenwerkingsverband voor werknemers in andere mkb-ondernemingen;
  3. bij het ontwikkelen of invoeren van een L&O-methode ondersteunen en begeleiden.

De SLIM-subsidie kent in 2025 twee regelingen en wordt verlengd tot en met 2029. Eén voor individuele mkb-ondernemingen en één voor samenwerkingsverbanden in het mkb.

SLIM voor individuele mkb-ondernemingen

Zowel kleine als middelgrote ondernemingen kunnen een beroep doen op deze regeling. Net als voor andere ondernemingen bedraagt het subsidiepercentage voor kleine mkb-ondernemingen vanaf 2025 60%. Dit houdt in dat zij vanaf 2025 niet langer tot 80% (zoals in 2024), maar tot 60% van de subsidiabele kosten als SLIM-subsidie kunnen ontvangen.

Er kan een bedrag van maximaal € 25.000 subsidie worden aangevraagd. Voor landbouwbedrijven geldt een maximum van € 20.000.

Vanaf 2025 hoeft achteraf geen verzoek tot vaststelling meer te worden ingediend voor SLIM-subsidies tot € 25.000. Deze subsidie wordt ambtshalve vastgesteld. Daarnaast komen de verplichtingen tot het maken van een evaluatieverslag en het bijhouden van een administratie te vervallen. Dat vooraf 50% van het subsidiebedrag als voorschot wordt betaald, blijft van kracht.

Voor de SLIM-regeling voor mkb-ondernemingen zijn in 2025 twee aanvraagtijdvakken: (reeds verlopen) van 3 maart 2025 9.00 uur tot en met 31 maart 2025 17.00 uur én van 1 september 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 17.00 uur. In 2025 was er voor mkb-ondernemingen in het eerste aanvraagtijdvak een budget van € 12,5 miljoen, en voor het tweede aanvraagtijdvak is er ook € 12,5 miljoen beschikbaar.

Let op! De SLIM-subsidie van maximaal € 2.700 voor een praktijkleerplaats voor een beroepsopleiding of in de derde leerweg bij een erkend leerbedrijf vanaf 2025 vervallen.

SLIM samenwerkingsverbanden in het mkb

Het subsidiepercentage voor de SLIM-subsidie gericht op samenwerkingsverbanden binnen het mkb is maximaal 60% van de subsidiabele kosten. Er kan maximaal € 500.000 subsidie per aanvraag worden aangevraagd (maximaal € 200.000 per samenwerkingspartner). Voor landbouwbedrijven is dit maximum € 20.000, voor visserijbedrijven € 30.000 en voor goederenvervoer over de weg € 100.000. De subsidiabele kosten moeten minimaal € 210.000 bedragen.

Ook samenwerkingsverbanden kunnen sinds 2025 een voorschot krijgen van 25% van het verleende subsidiebedrag. Duurt het initiatief langer dan 12 maanden? Kan aanvullend nog een voorschot van 50% van het subsidiebedrag aangevraagd worden als in de eerste 12 maanden minimaal 50% van de projectkosten gemaakt zijn.

Voor het opstellen van een controleverklaring door een accountant, wordt vanaf 2025 een vaste vergoeding van € 3.000 verstrekt. Dit is bij subsidies van € 125.000 of meer een verplichting. Deze vaste vergoeding van € 3.000 geldt ook voor SLIM-subsidies die vóór 2025 zijn verkregen. Is de subsidie echter al toegekend, dan wordt het toegekende bedrag niet verhoogd. Wel is het mogelijk om de begroting te herverdelen en het bedrag van € 3.000 op te nemen daarin.

Grootbedrijven krijgen geen aparte SLIM-regeling meer

Het is vanaf 2025 niet meer mogelijk voor grootbedrijven in de sectoren landbouw, horeca en recreatie om een beroep te doen op de SLIM-regeling. Er is namelijk gebleken dat deze doelgroep weinig gebruikmaakte van de regeling. Als deelnemer in een samenwerkingsverband is het voor bedrijven in deze sector overigens nog wel een mogelijkheid om aanspraak te maken op de SLIM-regeling.

Overige Regelingen

Regionale maatregelen: in veel regio’s en sectoren zijn er specifieke lokale maatregelen om onderwijs te bevorderen. Het is dus verstandig om na te gaan of uw gemeente of branche een bruikbare regeling heeft.

Tip! Op de website leeroverzicht.nl, een initiatief van het Ministerie van OCW en het Ministerie van SZW, kunt u zoeken in 318 verschillende regelingen. Ook de regionale subsidieregelingen zijn hierin opgenomen.

Opleidingskosten in mindering op transitievergoeding

Moet de werkgever een transitievergoeding betalen na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst met een werknemer? Dan kunnen door de werkgever gemaakte transitiekosten en inzetbaarheidskosten verrekend worden met de transitievergoeding. Al sinds 1 juli 2020 geldt deze regeling.

Let op! Onder transitiekosten vallen alle kosten die gericht zijn op het voorkomen van werkeloosheid of het bekorten van de periode van werkeloosheid. Inzetbaarheidskosten verwijzen naar kosten die tijdens de dienstbetrekking zijn gemaakt met als doel de bredere inzetbaarheid van de werknemer te ondersteunen.

De werkgever mag deze kosten in beginsel op de transitievergoeding in mindering brengen. Dit geldt niet wanneer de verworven kennis en vaardigheden in overwegende mate zijn aangewend om de functie die de werknemer bij aanvang van de activiteiten verrichtte uit te oefenen. Ook wanneer deze kosten verband houden met verplichtingen van de werkgever in het kader van de re-integratie (eerste of tweede spoor) mogen ze niet in mindering komen.

Voor het in mindering brengen van de kosten geldt naast eerder genoemde voorwaarden dat:

  • het doel van de scholing moet gericht zijn op bredere inzetbaarheid van de werknemer buiten de eigen organisatie;
  • voorafgaand heeft de medewerker inzicht gekregen in de kosten en schriftelijk ingestemd met de verrekening;
  • de kosten moeten in redelijke verhouding staan tot het doel;
  • in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de transitievergoeding verschuldigd is, zijn de kosten gemaakt.

Studiekostenbeding is niet meer toegestaan

Een studiekostenbeding voor bepaalde opleidingen is sinds augustus 2022 niet langer toegestaan. Hier is spraken van wanneer:

  • de scholing van de medewerker noodzakelijk is voor het kunnen (blijven) uitvoeren van de huidige functie;
  • scholing noodzakelijk is voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst;
  • de scholing op grond van de wet of de cao verplicht is.

In deze situaties dient de opleiding gratis te zijn, moet de studietijd als arbeidstijd worden beschouwd en moet de opleiding zoveel mogelijk binnen de reguliere werktijden plaatsvinden. Denk bij een wettelijk verplichte opleiding aan een opleiding op grond van de Arbowet.

De algemene scholingsplicht (artikel 7:611a lid 1 BW) valt ook onder de regeling. Onder deze algemene scholingsplicht dient de werkgever de werknemer de mogelijkheid te bieden om scholing te volgen die essentieel is voor het uitvoeren van zijn functie. Ook moet hij dit mogelijk maken voor zover redelijkerwijs van hem kan worden verwacht, voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst wanneer de functie van de werknemer vervalt of hij niet meer in staat is deze uit te oefenen. Op een lijst met zogeheten ‘gereglementeerde beroepen’, staan uiteenlopende beroepen, zoals registerloods, deskundige asbestverwijderaar, duiker, beëdigd tolk, sportarts of fysiotherapeut. Indien het beroep van de werknemer op die lijst vermeld staat, is een studiekostenbeding wel mogelijk, tenzij de opleiding alsnog in een cao verplicht wordt gesteld. Een studiekostenbeding is in die laatste situatie niet mogelijk.

Disclaimer

Bij de samenstelling van deze Advieswijzer is de uiterste zorg nagestreefd. Toch wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Deze Advieswijzer heeft een breed en algemeen karakter. Daardoor is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Bron: SRA – Publicatiedatum: 10-07-2025