Op het gebied van lonen hebben zich de afgelopen periode meerdere ontwikkelingen voorgedaan. Om het overzichtelijk te maken hebben wij er tien voor u op een rij gezet.
1. Wetsvoorstel: 52% belasting over een auto van de zaak
Op Prinsjesdag wil het demissionaire kabinet een wetsvoorstel indienen dat een pseudo-eindheffing van 52% in de loonbelasting bevat. Wordt dit plan doorgezet, gaat de wet vanaf 2027 gelden. Een werkgever is dan 52% belasting verschuldigd over de bijtelling van een auto van de zaak wanneer hij deze aan een werknemer ter beschikking stelt. Er geldt een uitzondering voor de pseudo-eindheffing als de auto niet ter beschikking wordt gesteld voor privégebruik of als de auto geen CO2 uitstoot.
2. Meer zekerheid voor flexwerkers?
Op 19 mei 2025 is het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid voor flexwerkers’ ingediend bij de Tweede Kamer. In dit document is onder meer vastgelegd dat uitzendkrachten recht hebben op minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers in dienst bij de inlener. Daarnaast is opgenomen dat de periode van zes maanden die nodig is na drie tijdelijke contracten om weer een nieuw tijdelijk contract aan te bieden, verlengd wordt naar vijf jaar. Een beperkt aantal uitzonderingen is hierop mogelijk. De introductie van vaste basiscontracten met een minimumaantal standaard roosteruren is ook opgenomen in het wetsvoorstel. Dit komt in plaats van de huidige oproepcontracten.
3. Fiscale regeling voor aandelenopties bij start-ups en scale-ups
Voor start- en scale-ups wil het demissionaire kabinet een plan uitwerken met betrekking op een fiscale regeling. Het voorstel is om de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%. Op die manier wordt over een lager voordeel belasting geheven. Verder bevat het voorstel een uitstelling van het moment van belastingheffing naar uiterlijk het moment waarop de aandelen worden verkocht. Hierbij gaat het om aandelen die verkregen zijn na uitoefening van de aandelenopties.
4. Versoepeling van de pseudo-eindheffing RVU verlengd tot en met 2028
In de Voorjaarsnota 2025 is opgenomen dat de versoepeling pseudo-eindheffing RVU met drie jaar wordt verlengd tot en met 2028. Door deze versoepeling is geen 52% pseudo-eindheffing verschuldigd tot een bedrag van de drempelvrijstelling (in 2025 €2.273,- per maand). Voor werknemers die door de zwaarte van hun werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd is de voorwaarde dat de RVU’s beheerst en gerichter worden ingezet. Daarnaast is budget gereserveerd om de drempelvrijstelling met € 300 per maand te verhogen. De verhoging van de pseudo-eindheffing wordt vanaf 2026 in stappen verhoogd tot 65% in 2028 ter dekking van de verlenging en de verhoging.
5. Minimumloonloon wijzigingen
Volgens de Voorjaarsnota wordt het minimumjeugdloon per 1 januari 2027 voor een 20-jarige verhoogd van 80% naar 87,5% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder. Voor een 19-jarige geldt een verhoging van 60% naar 75%, voor een 18-jarige van 50% naar 62,5%, voor een 17-jarige van 39,5% naar 50% en voor een 16-jarige van 34,5% naar 40%. Het kabinet heeft ook voorgesteld om het percentage dat werkgevers voor huisvestingskosten mogen inhouden op het minimumloon, jaarlijks te verlagen met 5% vanaf 2026.
6. Massaal bezwaar tegen de belastingrente
De belastingrente op aanslagen vennootschapsbelasting is in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zo oordeelde een rechter. In reactie op veel bezwaarschriften zijn alle bezwaren tegen de belastingrente, die vanaf 1 oktober 2020 voor onder andere de loonbelasting is toegepast, als massaal bezwaar aangemerkt. Totdat de diverse vragen over de belastingrente in de rechtspraak definitief zijn beantwoord, doet de Belastingdienst nu nog geen uitspraak doet op deze bezwaren. Om deel te nemen aan de massaalbezwaarprocedure moet u binnen zes weken na dagtekening van de aanslag bezwaar maken tegen de belastingrente.
7. Introductie toelatingsstelsel uitzendbureau vanaf 2027
De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen dat per 1 januari 2027 een toelatingsstelsel introduceert voor uitleners. Enkel uitleners die toegelaten worden, mogen dan straks nog arbeidskrachten ter beschikking stellen. Daarnaast mogen inleners alleen nog arbeidskrachten inhuren via toegelaten uitleners. Ook is het verplicht voor uitleners om te beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), een waarborgsom van €100.000 (starters € 50.000) te storten en aan te tonen dat ze voldoen aan relevante wetgeving.
8. Zelfstandigenwet initiatiefwetsvoorstel
Om te bepalen wanneer iemand als zelfstandige kan werken, ligt er een initiatiefwetsvoorstel. Hierin wordt een duidelijk wettelijk toetsingskader voorgesteld met daarin twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. In het initiatiefwetsvoorstel is een aparte toetsingscommissie opgenomen die werkrelaties kan beoordelen. Het doel hiervan is om duidelijkheid aan de markt te verschaffen. Verder wordt in het initiatiefwetsvoorstel de introductie van het rechtsvermoeden van werknemerschap op basis van een uurtarief voorgesteld. Feitelijk legt dit een bodem in de markt voor zzp’ers.
9. Wijzigingen in voordelen loonkosten
Per 1 januari 2026 treedt de Wet banenafspraak deels in werking. Vanaf 2026 heeft u structureel recht op het LKV voor werknemers die tot de doelgroep van de banenafspraak behoren. Ook is een doelgroepverklaring is niet langer vereist. Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en werkzaam zijn bij een reguliere werkgever worden aan de doelgroep toegevoegd. Daarbij worden mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie onderdeel van de doelgroep. Vanaf 2026 bestaat er voor de scholing belemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk geen recht meer op het LKV.
10. Voorstel vereenvoudigde inlenersaansprakelijkheid
Door twee bewijsvermoedens te introduceren wil het demissionaire kabinet het aansprakelijk stellen van een inlener of doorlener eenvoudiger maken voor de Belastingdienst. Het eerste bewijsvermoeden betreft het vaststellen van de omvang van de aansprakelijkheidsschuld op maximaal 35% van de factuursom. Hierbij hoeft de Belastingdienst geen onderzoek te doen naar de werkelijke omvang. Volgens het tweede bewijsvermoeden is een onderneming een inlener wanneer deze als toegelaten uitzendonderneming is ingeschreven in het openbaar register. Wel zou er een tegenbewijsmogelijkheid komen voor beide bewijsvermoedens.
Let op! In dit artikel zijn maatregelen beknopt beschreven. Neem contact op met onze adviseurs voor meer informatie. Houd er daarnaast rekening mee dat een groot deel van de maatregelen nog in wetsvoorstellen moeten worden opgenomen en/of door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden aangenomen. Bovendien is het kabinet inmiddels demissionair. Of alle aangekondigde maatregelen ook daadwerkelijk doorgang vinden is onduidelijk.
Bron: SRA – Publicatiedatum: 26-06-2025