Top 10 belangrijkste veranderingen voor de werkgevers in 2025

Nieuws

Top 10 belangrijkste veranderingen voor de werkgevers in 2025

Bent u werkgever, heeft u werknemers in dienst en werkt u samen met zzp’ers? Per 1 januari 2025 zijn er aanzienlijke wijzigingen van kracht die van invloed zijn op u als werkgever en als dga. Wij lichten de 10 belangrijkste veranderingen voor u uit.

1. Verhoging van het wettelijk minimumuurloon

Het wettelijk minimumloon wordt twee keer per jaar geïndexeerd, op 1 januari en 1 juli. Per 1 januari 2025 is het wettelijk bruto minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder verhoogd naar € 14,06.

2. Handhaving schijnzelfstandigheid vanaf 2025

Vanaf 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium voor arbeidsrelaties volledig opgeheven. Hierdoor kan de Belastingdienst weer volledig handhaven bij een onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie en kan zij correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen.

Let op! De Belastingdienst kan daarbij alleen terug tot 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid.

In 2025 zal de Belastingdienst in principe beginnen met een bedrijfsbezoek, waarbij er een gesprek plaatsvindt met de opdrachtgever over de inhuur van zelfstandigen en extern personeel. Indien nodig zal de opdrachtgever worden gewezen op de aandacht voor de kwalificatie van de arbeidsrelaties en mogelijke risico’s van schijnzelfstandigheid. Dit dient als waarschuwing voor de opdrachtgever. Daarnaast kan de Belastingdienst besluiten om (alsnog) ook een boekenonderzoek uit te voeren, vooral als er aanzienlijke risico’s worden ingeschat of als de opdrachtgever werkt of blijft werken met schijnzelfstandigen.

Tip! Er zullen over het kalenderjaar 2025 nog geen verzuim- en vergrijpboetes opgelegd worden aan werkgevers en werkenden, mist zij kunnen aantonen dat zij maatregelen nemen tegen schijnzelfstandigheid.

Vanaf 6 september 2024 keurt de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed. Alle bestaande goedgekeurde modelovereenkomsten worden automatisch verlengd tot eind 2029. Echter, de Belastingdienst kan een modelovereenkomst intrekken als deze niet meer voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie, of wanneer blijkt dat er niet volgens de voorwaarden van de modelovereenkomst wordt gewerkt of kan worden gewerkt.

Tip! Wilt u dat de Belastingdienst uw arbeidsrelatie beoordeelt? Maak dan gebruik van het formulier Verzoek vooroverleg beoordeling arbeidsrelatie. In de Checklist vooroverleg beoordeling arbeidsrelatie vindt u de informatie die u in uw verzoek moet opnemen.

3. Vrije ruimte en normbedragen WKR omhoog

Met de werkkostenregeling heeft u als werkgever de mogelijkheid om diverse zaken belastingvrij te vergoeden of te verstrekken aan uw personeel. Zolang deze vergoedingen binnen de ‘vrije ruimte’ blijven, is er voor de werkgever geen belastingverplichting. In 2025 is de vrije ruimte iets verhoogd naar 2% (in 2024 was nog 1,92%) van de loonsom, tot een bedrag van € 400.000. Voor loonsommen die hoger zijn, blijft de vrije ruimte voor het meerdere 1,18%, zoals ook in 2024 het geval was.

U kunt, onder bepaalde voorwaarden, een onbelaste vergoeding verstrekken aan uw werknemer voor de extra kosten die gepaard gaan met thuiswerken. In 2025 bedraagt deze onbelaste vergoeding € 2,40 per dag. Voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie is het normbedrag in 2025 vastgesteld op € 3,95 per maaltijd. Daarnaast stijgt het normbedrag voor huisvesting op de werkplek in 2025 naar € 6,80 per dag.

4. Vrijwilligersvergoeding en gebruikelijk loon in 2025 gelijk aan 2024

Het normbedrag voor het gebruikelijk loon blijft in 2025 gelijk aan dat van 2024 en bedraagt € 56.000 per jaar. Na jaren van stijging, waarbij het normbedrag in 2023 nog € 51.000 en in 2022 € 48.000 was, hoeft u in 2025 niet te rekenen op een verhoging van dit bedrag. Toch kan het gebruikelijk loon in 2025 hoger uitvallen dan in 2024, afhankelijk van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking en het loon van de meestverdienende werknemer van uw bv of daarmee verbonden bv’s.

De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding blijft in 2025 ongewijzigd ten opzichte van 2024, met een maximum van € 2.100 per jaar en € 210 per maand. Het is belangrijk dat de onbelaste vrijwilligersvergoeding binnen deze grenzen blijft en dat de vrijwilliger de werkzaamheden niet als beroep uitvoert voor aangewezen, niet-commerciële organisaties. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de werkzaamheden niet beroepsmatig zijn als de maximale uurvergoeding in 2025 € 5,60 bedraagt. Voor vrijwilligers onder de 21 jaar is deze maximale uurvergoeding in 2025 vastgesteld op € 3,30.

5. Bijtelling voor nieuwe auto’s zonder CO2-uitstoot en eindheffing voor wisselend gebruikte bestelauto’s verhoogd

De bijtelling voor nieuwe auto’s zonder CO2-uitstoot, zoals volledig elektrische auto’s, zal in 2025 verhoogd worden naar 17% voor een catalogusprijs tot € 30.000. Voor auto’s boven de catalogusprijs geldt een bijtelling van 22%. Dit jaar is tevens het laatste jaar waarop een korting van toepassing is voor deze nieuwe auto’s. Voor nieuwe auto’s met een CO2-uitstoot van meer dan 0 gram per kilometer blijft de bijtelling ongewijzigd op 22%, zoals voorgaande jaren.

Werkgevers kunnen de bijtelling voor het privégebruik van een bestelauto, die door verschillende werknemers wordt gebruikt, afkopen door middel van een eindheffing. In 2025 is het bedrag verhoogd van € 300 per jaar, naar € 438 per jaar. Dit komt neer op € 36,50 per maand.

Let op! De onbelaste vergoeding voor zakelijke reiskosten met eigen vervoer, inclusief woon-werkverkeer, blijft in 2025 gelijk aan 2024 en bedraagt € 0,23/km.

6. Tegemoetkoming WBSO

De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) biedt werkgevers een tegemoetkoming in de kosten van innovatieve werkzaamheden. De toegekende tegemoetkoming kan door de werkgever worden verrekend met de af te dragen loonheffing. Per 1 januari 2025 zijn verschillende percentages van de WBSO verhoogd. Voor kosten tot € 380.000 geldt vanaf 2025 een percentage van 36% en voor het bedrag erboven 16%. Voor starters geldt vanaf 2025 een percentage van 50% voor kosten tot € 380.000.

7. Wijzigingen Wet tegemoetkomingen loondomein

De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) heeft als doel om werkgevers te motiveren om mensen met een kwetsbare positie aan te nemen en in dienst te houden. Vanaf 2025 bevat de Wtl uitsluitend het loonkostenvoordeel (LKV). Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is per 1 januari 2025 afgeschaft. De uitbetaling van het LIV voor 2024 zal echter nog plaatsvinden in juli/augustus 2025.

Een andere wijziging betreft de afbouw van het LKV voor oudere werknemers Voor dienstverbanden die zijn aangevangen vóór 1 januari 2024 blijft het LKV voor oudere werknemers van € 3,05 per verloond uur, met een maximum van € 6.000 per kalenderjaar, gehandhaafd tot het einde van de looptijd van maximaal drie jaar. Voor dienstverbanden die zijn gestart op of ná 1 januari 2024, is het LKV echter per 1 januari 2025 verlaagd naar € 1,35 per verloond, uur met een maximum van € 2.600 per kalenderjaar.

Let op! Vanaf 1 januari 2026 vervalt het recht op LKV voor deze dienstbetrekkingen. In 2026 zal echter nog wel de uitbetaling van het LKV voor 2025 plaatsvinden.

Vanaf 2025 worden de criteria van het LKV met betrekking tot het herplaatsen van werknemers met een arbeidshandicap uitgebreid. Dit betekent dat als een werknemer in de wachttijd van de WIA zijn eigen werk geheel of gedeeltelijk hervat, of geheel of gedeeltelijk in een andere functie bij u gaat werken, u vanaf dat moment ook recht heeft op dit LKV.

8. Herziening lage Awf-premie naar hoge Awf-premie minder snel vanaf 2025

De gedifferentieerde premie voor het Algemeen Werkeloosheidsfonds (Awf) is onderverdeeld in een hoge en lage Awf-premie. Als werkgever mag u de lage premie toepassen, mits u aan bepaalde voorwaarden voldoet. Voldoet u daar niet aan, dan betaalt u een hoge Awf-premie. In 2024 bedraagt de lage premie 2,74% en de hoge premie 7,74%.

In bepaalde gevallen moet u een lage Awf-premie met terugwerkende kracht herzien naar een hoge Awf-premie. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer de verloonde uren van een werknemer, waarvoor de lage Awf-premie is toegepast, in een jaar meer dan 30% boven de contracturen liggen. Voor het jaar 2024 hoeft u de hoge Awf-premie alleen toe te passen bij werknemers met een arbeidscontract van gemiddeld minder dan 35 uur per week. Begin 2025 is het belangrijk om te controleren of u zo’n herziening voor het jaar 2024 moet toepassen. Voor het jaar 2025 hoeft u minder snel zo’n herziening toe te passen. Dit is alleen vereist voor werknemers met een arbeidscontract van gemiddeld 30 uur of minder per week.

Let op! De lage Awf-premie dient te worden herzien naar de hoge Awf-premie wanneer een nieuwe werknemer binnen twee maanden na indiensttreding ontslag neemt of wordt ontslagen. Deze herziening is niet afhankelijk van het aantal contracturen en is van toepassing op alle soorten contracten.

9. Veranderingen in de 30%-regeling

De 30%-regeling is een fiscale regeling die het, onder strikte voorwaarden, mogelijk maakt om maximaal 30% van het salaris belastingvrij uit te betalen aan personeel dat uit het buitenland is aangetrokken. Hoewel deze regeling versoberd zou worden, is een groot deel van die versobering per 2025 weer teruggedraaid. Dit houdt in dat als aan de strikte voorwaarden wordt voldaan, in 2025 en 2026 nog gewoon het percentage van maximaal 30% mag worden toegepast. Vanaf 2027 zal dit percentage echter verlaagd worden naar 27%, tenzij de 30%-regeling voor de werknemer al vóór 2024 is toegepast. In dat geval mag u het percentage van 30% gedurende de hele periode van 60 maanden toepassen.

In 2025 kan de 30%-regeling worden toegepast op een salaris van maximaal € 246.000, in 2024 was dit nog € 233.000. Dit maximum is echter niet van toepassing in 2025 als de 30%-regeling vóór 2023 al voor de werknemer werd toegepast.

In 2025 is de salarisnorm die van toepassing is op de 30%-regeling vastgesteld op € 46.660. Voor werknemers die instromen, jonger zijn dan 30 jaar en hun masterdiploma hebben behaald, geldt in 2025 een salarisnorm van € 35.468. Beide bedragen zullen per 2027 verhoogd worden naar € 50.436 en € 38.338. Deze bedragen zijn gebaseerd op de bedragen die golden in 2024 en zullen per 2027 nog geïndexeerd worden. Het verhoogde salaris is echter niet van toepassing voor degenen die de 30%-regeling al vóór 2024 hebben toegepast.

Let op! Werknemers die gebruik maken van de 30%-regeling, hoefden over buitenlands kapitaalinkomen geen belasting in box 2 en box 3 te betalen tot en met 2024. Dit staat bekend als de partiële buitenlandse belastingplicht. Deze regeling is echter per 2025 vervallen. Voor gevallen waarin de 30%-regeling al vóór 2024 is toegepast, blijft deze faciliteit tot en met 2026 van kracht. Voor werknemers wiens buitenlandse partiële belastingplicht per 2025 vervalt, is het vanaf dat jaar niet meer mogelijk om de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen af te stemmen op de inkomstenbelasting en eventuele premie volksverzekeringen die de werknemer moet betalen.

10. Verplichte rapportage zakelijk en woon-werkverkeer werknemers uiterlijk 30 juni 2025

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht om te rapporteren over zowel het zakelijk verkeer, als het woon-werkverkeer van hun medewerkers. Deze verplichting is opgenomen in de Omgevingswet van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en wordt aangeduid als de ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, oftewel WPM.

Werkgevers dienen bijvoorbeeld het totale aantal kilometers dat werknemers afleggen voor zowel zakelijk als woon-werkverkeer rapporteren. Dit omvat ook het totaal aantal kilometers per jaar, verdeeld naar type vervoermiddel en brandstoftype. Vanaf 15 januari 2025 kunnen de gegevens over 2024 worden doorgegeven en moeten uiterlijk 30 juni 2025 zijn verzonden. In 2026 is het verplicht om een rapportage over het volledige jaar 2025 in te dienen.

Bron: SRA – Publicatiedatum: 14-01-2025