Waarom moet ik aanzienlijk meer belasting betalen over mijn overwerkvergoeding, bonussen en andere extra’s in vergelijking met mijn gebruikelijke salaris? Dit is een vraag die u als werkgever wellicht regelmatig van uw medewerkers ontvangt. Wat is de werkelijke situatie?
Het komt voor dat werknemers zich beklagen over het feit dat overwerken niet de moeite waard is, omdat ze het idee hebben dat er bijna niets van hun extra uren overblijft. Dit probleem beperkt zich niet alleen tot de vergoeding voor overwerk; ook bonussen en andere extra betalingen lijken zwaarder belast te worden.
Het gevoel is begrijpelijk. Echter, het is niet alleen de vergoeding voor overwerk of de bonus die extra belast wordt; de belasting op het totale loon neemt toe. Over het algemeen stijgt het loon- en inkomstenbelastingtarief naarmate het loon of inkomen toeneemt. Bovendien verminderen de heffingskortingen (de kortingen op de te betalen belasting) zodra een bepaald loon of inkomen wordt overschreden. Het is dus niet zo dat het extra loon door overwerk of een bonus zwaarder belast wordt, maar dat er over het totale loon meer belasting moet worden betaald, omdat het totale loon is gestegen.
Begrijpt u het nog? Het is een ingewikkeld systeem dat inmiddels ook onderwerp van discussie is in de politiek. Voorlopig moeten we er echter mee omgaan. Daarom bieden we in deze advieswijzer een toelichting voor zowel werkgevers als werknemers ter verduidelijking.
Loonheffing
Een werkgever moet eerst de loonbelasting en de premies voor volksverzekeringen berekenen voordat hij het loon aan een werknemer kan uitbetalen. Deze bedragen samen de loonheffing. De werkgever trekt de loonheffing af van het brutoloon en betaalt dit bedrag aan de Belastingdienst. De berekening van de loonheffing bestaat uit een percentage dat verminderd wordt met heffingskortingen. Deze heffingskortingen maken de loonheffing vaak moeilijk te doorgronden. Hieronder wordt dit verder toegelicht.
Het tarief
De hoogte van het tarief dat van toepassing is, hangt af van het salaris van de werknemer. In 2025 is dit tarief voor werknemers die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt 35,82%, voor een jaarinkomen tot en met € 38.440. Voor een jaarinkomen van € 38.441 tot en met € 76.817, geldt een tarief van 37,48%. Voor inkomens boven dit bedrag is het tarief 49,50%.
Heffingskortingen
De werkgever moet niet alleen het tarief berekenen, maar ook rekening houden met de heffingskortingen. Heffingskortingen zijn bedragen die afgetrokken worden van de te betalen belasting, waardoor de uiteindelijke belastinglast vermindert. De werkgever berekent eerst de belasting en premies voor volksverzekeringen op basis van het tarief. Vervolgens verlagen de heffingskortingen dit bedrag. Het resterende bedrag moet de werkgever van het brutoloon van de werknemer aftrekken en aan de Belastingdienst overmaken.
Voorbeeld
Een werknemer ontvangt een maandsalaris van € 2.200. De werkgever moet € 788 inhouden, wat overeenkomt met 35,82% van het salaris. Wanneer deze werknemer recht heeft op een heffingskorting van € 694, houdt de werkgever slechts € 94 in (€ 788 min € 694). Hierdoor blijft er netto € 2.106 over voor de werknemer (€ 2.200 min € 94). Hoewel het daadwerkelijke belastingtarief 35,82% is, ervaart deze werknemer een belasting- en premiedruk van slechts 4,27% (€ 94 gedeeld door € 2.200, vermenigvuldigd met 100%).
Heffingskortingen toegepast op normale salaris
De heffingskortingen worden altijd volledig toegepast bij het berekenen van de belasting op het maandelijkse salaris. Op die manier kan iedere werknemer volledig gebruikmaken van zijn recht op korting. Wanneer iemand recht heeft op € 694 aan heffingskortingen in een maand, wordt dit volledige bedrag van € 694 in mindering gebracht, zoals eerder vermeld. Het is echter belangrijk op te merken dat wanneer een werknemer in een maand extra salaris ontvangt, bijvoorbeeld door overuren of een bonus, er geen extra heffingskorting wordt toegepast. Het totale recht op heffingskortingen is immers al verrekend bij de berekening van het reguliere salaris.
Voorbeeld
In maart ontvangt de werknemer uit het vorige voorbeeld een extra bedrag van € 500 als gevolg van de uitbetaling van overuren. Hierdoor komt het totale loon in deze maand op € 2.700, in plaats van de gebruikelijke € 2.200. et bedrag dat ingehouden moet worden, bedraagt € 967, wat 35,82% van € 2.700 is. De werknemer heeft recht op een heffingskorting van € 692 deze maand. Daarom houdt de werkgever € 275 in (€ 967 min € 692). Uiteindelijk ontvangt de werknemer deze maand netto € 2.425 (€ 2.700 min € 275). Hoewel het belastingtarief ook hier 35,82% is, ervaart deze werknemer een belasting- en premiedruk van 10,19% (€ 275 gedeeld door € 2.700, vermenigvuldigd met 100%).
De belasting- en premiedruk op het totale loon neemt toe, omdat het totale loon is gestegen. Het extra loon wordt niet zwaarder belast, maar het gemiddelde belastingtarief over het totale loon neemt toe. Ter illustratie: een werknemer met een regulier salaris van € 2.700 per maand heeft ook € 275 aan belasting en premies die ingehouden worden. Deze werknemer ondervindt eveneens een belasting- en premiedruk van 10,19%. Dit betekent dat incidenteel extra loon niet zwaarder belast wordt dan een vast, hoger salaris.
Geen vaste bedragen
In de eerdere voorbeelden nam het recht op heffingskorting af van € 694 bij een salaris van € 2.200 naar € 692 bij een salaris van € 2.700. Heffingskortingen zijn geen vaste bedragen; ze variëren afhankelijk van het loon of inkomen. Dit houdt in dat de heffingskortingen kunnen dalen naarmate het totale loon stijgt. Met andere woorden, een verhoging van het salaris kan leiden tot lagere totale heffingskortingen.
Algemene heffingskorting
In 2025 bedraagt de algemene heffingskorting bijvoorbeeld € 3.068 per jaar voor een jaarlijks inkomen tot en met € 28.405. Wanneer het jaarlijkse inkomen hoger is, vermindert de algemene heffingskorting met ongeveer € 0,06337 voor elke euro die boven de € 28.405 uitkomt. Voor een jaarinkomen van € 76.817 of meer is er in 2025 geen recht meer op de algemene heffingskorting.
Arbeidskorting
In 2025 zal de arbeidskorting, een andere heffingskorting, eerst oplopen tot een maximum van € 5.599 per jaar bij een inkomen van € 43.071. Voor elke euro die dit bedrag overschrijdt, wordt de korting met € 0,0651 verminderd. Bij een jaarinkomen van € 129.078 is er geen recht meer op arbeidskorting. Deze veranderingen in heffingskortingen hebben ook invloed op de belasting- en premiedruk die werknemers ervaren.
Let op! Heffingskortingen kunnen van invloed zijn op de vraag of een werknemer verplicht is om inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (hierna: inkomstenbelasting) te betalen. De door de werkgever ingehouden loonheffing is namelijk een voorheffing op de inkomstenbelasting. Voor een werknemer met één dienstverband is de ingehouden loonheffing, mits er geen persoonlijke omstandigheden zoals een eigen woning of alimentatie zijn, doorgaans gelijk aan de inkomstenbelasting. In dat geval hoeft deze werknemer geen inkomstenbelasting te betalen. Bij werknemers met meerdere dienstverbanden is het totaal van de ingehouden loonheffing door verschillende werkgevers vaak lager dan de verschuldigde inkomstenbelasting. Deze werknemers moeten dan bijbetalen via hun belastingaangifte. Dit verschil kan ontstaan doordat meerdere werkgevers rekening houden met de heffingskortingen, terwijl elke werknemer hier uiteindelijk maar één keer recht op heeft. Een andere verklaring kan een verschil in belastingtarief zijn tussen de afzonderlijke lonen en het totale loon (een hoger tarief bij een hoger totaal loon).
Gevolgen voor verschillende regelingen
Het is belangrijk voor werknemers om te begrijpen dat er verschillende regelingen bestaan die afhankelijk zijn van hun inkomen, waarbij het loon een factor is. Denk hierbij aan toeslagen zoals kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag en huurtoeslag, en ook het kindgebonden budget. Een verhoging van het loon of inkomen kan betekenen dat men minder of geen aanspraak meer kan maken op deze regelingen.
Een werkgever is niet op de hoogte van de persoonlijke omstandigheden van de werknemer en kan daarom geen rekening houden met de gevolgen hiervan. De werknemer dient zelf de effecten van een verhoogd salaris op andere regelingen te beoordelen.
Tip! De website van het Nibud biedt verschillende praktische hulpmiddelen voor werknemers. Met de WerkUrenBerekenaar kan een werknemer inzicht krijgen in de impact van extra gewerkte uren op het nettoloon. Voor informatie over mogelijke rechten op regelingen kunnen werknemers gebruikmaken van de tool BerekenUwRecht. Het is ook aan te raden om werknemers te wijzen op andere beschikbare hulpmiddelen op de Nibud-website, zoals het Geldplan Pensioen voor inzicht in pensioenregelingen en het Geldplan Rondkomen met kinderen, dat informatie biedt over regelingen en subsidies voor gezinnen met kinderen.
Vrije ruimte
Als een werkgever ervoor kiest om een extra vergoeding toe te wijzen binnen de vrije ruimte, kan dit voordelig uitpakken voor de werknemer. De werknemer ondervindt dan geen nadelige effecten van het afbouwen van heffingskortingen of andere regelingen. Bedragen die binnen de vrije ruimte zijn aangewezen, worden namelijk niet meegerekend als loon voor de heffingskortingen of andere regelingen.
Let op! Het is niet mogelijk om zonder meer loon aan te wijzen binnen de vrije ruimte, aangezien hier voorwaarden aan verbonden zijn. Zo moet het gebruikelijk zijn om bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan te wijzen. Daarnaast is de vrije ruimte in 2025 beperkt tot 2% van de eerste € 400.000 van de totale loonsom en 1,18% over het bedrag daarboven. Als het totaal van deze vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen in een jaar de vrije ruimte overschrijdt, moet de werkgever 80% eindheffing betalen over het overschot.
Tot slot
De berekening van loonheffing op salarissen is geen eenvoudige taak. In de eerder gegeven tekst en voorbeelden is geprobeerd om het zo helder mogelijk te presenteren. Houd er rekening mee dat de voorbeelden niet de werkelijke heffingen, heffingskortingen en nettolonen weergeven, en dat de werkelijkheid hier mogelijk van kan verschillen.
Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.
Bron: SRA – Publicatiedatum: 31-03-2025