Kroon in vrouwenhanden voor Prinsjesdag 2025.

Nieuws

Wat zijn de verwachtingen voor Prinsjesdag 2025?

Op Prinsjesdag 2025 zullen ondanks het demissionaire kabinet nieuwe wetswijzigingen worden voorgesteld. Momenteel zijn er geen maatregelen controversieel verklaard. Dat betekent dat het demissionaire kabinet alle eerder aangekondigde plannen kan voorleggen bij de Tweede en Eerste Kamer. In dit artikel leest u een korte opsomming van een deel van deze voorstellen.

1. 52% belasting over zakelijke auto met CO2-uitstoot?

Op de planning voor Prinsjesdag 2025 staat een wetsvoorstel op te nemen van 52% pseudo-eindheffing voor een auto met CO2-uitstoot in de loonbelasting. Gaat dit plan door? Dan is een werkgever 52% belasting verschuldigd over de bijtelling als hij een werknemer een zakelijke auto ter beschikking stelt. De pseudo-eindheffing geldt enkel wanneer de auto CO2 uitstoot of als de auto voor privégebruik ter beschikking gesteld wordt.

2. Wijzigingen minimumloon

Naar verwachting worden er op Prinsjesdag 2025 een aantal wijzigingen met betrekking tot het minimumloon voorgesteld. In de Voorjaarsnota 2025 was namelijk al afgesproken om het minimumjeugdloon per 1 januari 2027 voor een 20-jarige te verhogen van 80 naar 87,5%, voor een 19-jarige van 60 naar 75%, voor een 18-jarige van 50 naar 62,5%, voor een 17-jarige van 39,5 naar 50% en voor een 16-jarige van 34,5 naar 40% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder.

De demissionaire minister van OCW kondigde begin juli 2025 aan om vanaf 2027 ook de zogenaamde bbl-loonstaffel af te schaffen. Vanaf 2027 hebben studenten die een beroepsbegeleidende leerweg op het mbo volgen recht op het volledige minimumjeugdloon dat bij hun leeftijd past.

Daarnaast heeft het kabinet voorgesteld om vanaf 2026 het percentage dat werkgevers voor huisvestingskosten mogen inhouden op het minimumloon jaarlijks met 5% te verlagen.

3. Hoger forfait overige bezittingen en lager heffingsvrij vermogen in box 3

Zoals al vaker aangekondigd en op Prinsjesdag 2025 verwacht, is de verhoging in 2026 en 2027 van het forfaitair rendement voor overige bezittingen in box 3 naar 7,78%. Verder is de verlaging van het heffingsvrije vermogen van €57.684 (in 2025) naar €51.396 in 2026 en 2027 aangekondigd.

4. Overige wijzigingen inkomstenbelasting

Met Prinsjesdag 2025 wordt er ook een aantal wijzigingen in de inkomstenbelasting verwacht. De verlaging van de stakingsaftrek van €3.630 naar €908 aangekondigd en de volledige afschaffing hiervan per 2030 worden bijvoorbeeld aangekondigd. Daarnaast wil men per 2027 de meewerkaftrek met 75% verminderen en per 2030 volledig afschaffen. Verder is aangekondigd dat de belastingschijven en heffingskortingen minder gecorrigeerd worden voor de inflatie (de inflatiecorrectie wordt maar voor 46,2% in plaats van 51% toegepast).

5. Ongelijke verdeling goederengemeenschap en verrekenbeding fiscaal aangepakt

In het Belastingplan 2026 wordt een wetswijziging opgenomen die schenk- of erfbelasting invoert bij de ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap of het toepassen van een verrekenbeding. Dit geldt wanneer een van de partners meer dan de helft van de gemeenschap of de te verrekenen som ontvangt.

Tijdens een arrest van de Hoge Raad was de uitkomst dat een ongelijke verdeling van 90%-10% niet in strijd was met de wet. Dat is de aanleiding voor de wetswijziging. Het inmiddels demissionaire kabinet vindt dit ongewenst. De constructie die het kabinet wil bestrijden gaat om wijzigingen van goederengemeenschappen en verrekenbedingen in het zicht van overlijden. Toch pakt het kabinet met deze wetswijziging alle ongelijke verdelingen aan. Dit geldt dus ook voor verdelingen die niet gemaakt zijn in het zicht van overlijden.

Let op! Enkel ongelijke verdelingen die in de goederengemeenschap of een verrekenbeding zijn overeengekomen vóór 18 april 2025 worden niet door de wetswijziging getroffen.

6. Versoepeling pseudo-eindheffing RVU verlengd tot en met 2028

In de Voorjaarsnota 2025 was een versoepeling pseudo-eindheffing RVU opgenomen. Op Prinsjesdag 2025 wordt het voorstel hiervoor verwacht. De versoepeling betekent dat er tot het bedrag van de drempelvrijstelling (in 2025 €2.273 per maand) geen 52% pseudo-eindheffing hoeft te worden betaald.

Het plan is om deze versoepeling met drie jaar te verlengen tot en met 2028. Een vereiste is dat de RVU’s gecontroleerd en gerichter worden toegepast voor werknemers die door de belasting van hun werk niet in staat zijn om gezond door te werken tot de AOW-leeftijd. Verder is budget opgenomen om de drempelvrijstelling maandelijks met €300 te verhogen.

Let op! Ter dekking van de verlenging en de verhoging neemt de pseudo-eindheffing in stappen toe tot 65% tussen 2026 en 2028.

7. Geen btw-verhoging cultuur, sport en media

Eind vorig jaar werd de btw-verhoging van 9 naar 21% op cultuur, sport en media aangenomen. Deze btw-verhoging zou per 1 januari 2026 ingaan. Het is aangekondigd dat er op Prinsjesdag 2025 een wetswijziging aan de Tweede Kamer wordt gepresenteerd, die de btw-verhoging weer ongedaan maakt. Het btw-tarief blijft dan 9%. Ook na 1 januari 2026.

Let op! Voor kort verblijf in het kader van hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijf gaat de btw-verhoging wel door. Vanaf 1 januari 2026 geldt hier een btw-tarief van 21% in plaats van 9%.

Let op! De in dit artikel beschreven voorstellen zijn een selectie van verwachte wetswijzigingen. Bovendien zijn deze nog (lang) niet definitief. Zo moeten ze op Prinsjesdag 2025 eerst nog aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Vervolgens moet zowel de Tweede als de Eerste kamer de voorstellen nog goedkeuren.

Bron: SRA – Publicatiedatum: 14-08-2025