Werknemers die een auto van de zaak ook privé gebruiken, krijgen te maken met een bijtelling voor dat privégebruik. In bepaalde situaties kunnen kosten die samenhangen met die auto in mindering worden gebracht op deze bijtelling. Hoe werkt dat precies?
Betaling aan de werkgever
Betaalt een werknemer een bedrag aan de werkgever voor het privégebruik van de auto, dan mag dit bedrag in mindering worden gebracht op de bijtelling. Daarbij geldt wel als voorwaarde dat deze afspraak vooraf is gemaakt. Dat geldt ook wanneer een werknemer een extra bijdrage betaalt omdat hij of zij in een duurdere auto rijdt. Ook in dat geval moet duidelijk vaststaan dat deze hogere bijdrage verband houdt met het privégebruik.
Tip! Leg dit soort afspraken altijd schriftelijk vast. Daarmee voorkomt u discussie met de inspecteur.
Betalingen aan derden
Bij betalingen aan derden geldt als hoofdregel dat alleen intermediaire kosten, onder voorwaarden, in mindering kunnen komen op de bijtelling. Intermediaire kosten zijn uitgaven die de werknemer namens de werkgever doet. U kunt daarbij denken aan brandstofkosten, tolgelden, kosten voor de wasstraat, parkeerkosten of reparaties.
Voorwaarden
Deze intermediaire kosten mogen alleen op de bijtelling in mindering worden gebracht als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De werknemer heeft vooraf met de werkgever afgesproken dat de betaling voor of namens de werkgever wordt gedaan.
- De werknemer specificeert welke kosten zijn gemaakt en om welk bedrag het gaat.
- De werkgever merkt deze betaling aan als eigen bijdrage voor het privégebruik van de auto.
- De werkgever vergoedt deze kosten niet alsnog.
Belastingvrije vergoeding
Een werkgever kan er ook voor kiezen om intermediaire kosten onbelast te vergoeden. In dat geval kunnen deze kosten niet ook nog eens in mindering worden gebracht op de bijtelling.
Tip! De Belastingdienst heeft de mogelijkheden en voorwaarden hierover overzichtelijk samengebracht in een aparte handreiking .
Bron: SRA – Publicatiedatum: 01-04-2026